Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en zijn eco-regelingen klinken goed: meer geld voor wie de bodem opbouwt, biodiversiteit herstelt, koolstof vastlegt. Beloning richten op de boeren die het beter doen — daar valt weinig op tegen te zijn. Maar in de praktijk komt de prijs van die beloning niet uit in euro's. Hij komt uit in uren. Wie meer betaald wil krijgen, moet meer aantonen. En aantoonbaarheid is, als je 'm goed wilt doen, een tweede baan naast de eerste.
Hier zit de belofte van data. Sensoren registreren wat een boer doet en wat dat oplevert. Lab-uitslagen documenteren resultaten op een vast moment. Drone- en satellietbeelden leveren tijdgestempelde bewijsstukken van vegetatie en bodembedekking. In theorie kan een GLB-aanvraag voor een groot deel automatisch onderbouwd worden — als die data tenminste in de juiste vorm bij de juiste loketten landt, op het juiste moment, en herleidbaar tot de onderliggende meting.
Maar er is een keerzijde, en daar willen we eerlijk over zijn. De combinatie 'data is verplicht voor subsidie' en 'platforms beheren de data' is een recept voor een nieuwe uitdaging. Een boer die continu nieuwe platformen krijgt en meer administratie, ziet op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer.
Onze keuze: we maken het administratieve werk voor de boer lichter.